To ‘Waze’ or not to ‘Waze’?

Technologie kan veel problemen oplossen. Wie is er niet blij met de komst van de gps? Nooit meer de weg verliezen, gedaan met geklooi met kaarten of ruzies in de auto over de juiste route. Fantastische uitvinding. En toch, ook dit technologisch wonder heeft zijn schaduwkanten. Dat bleek vorige week nog eens toen de app ‘Waze’ onder vuur kwam te liggen. Zoals steeds zijn er believers en non-believers. De vraag stelt zich dan ook: “To Waze or not to Waze’?

Toen de gps op de markt kwam, aarzelde ik aanvankelijk heel erg om er mij eentje aan te schaffen. Ik kan me doorgaans goed oriënteren, weet vrij goed de weg te vinden en kan behoorlijk kaartlezen. Ik vreesde afhankelijk te worden van zo’n ding en mijn oriëntatievaardigheden te verliezen. Ik had toen zelfs het boek ‘De Glazen kooi’ van Nicholas Carr nog niet gelezen. Daarin staat letterlijk beschreven dat de automatisering en technologie ons alleen maar dommer dreigt te maken. Het voorbeeld van de eskimo’s die zich vroeger feilloos konden oriënteren op een oneindige witte vlakte en, door de komst van de gps, genadeloos verdwalen indien dat ding hen niet meer helpt, is sprekend.

Maar na een tijdje ging ik toch overstag. Ik werd zelfs helemaal enthousiast toen ik de fiets-gps ontdekte, mijn routes op de computer kon uitstippelen en hierdoor heel wat nieuwe, leuke en veilige fietswegen leerde kennen. Op een fiets met de kaart in de hand zet nu eenmaal weinig aan tot het verkennen van nieuwe routes. Ook in de auto heb ik er al veel plezier van gehad. Ik heb vast vele kms omwegen uitgespaard en als je alleen in de auto zit, wat me gelukkig niet te vaak gebeurt, is autorijden en tegelijk een kaart in de gaten houden noch een veilige, noch een handige combinatie.

De oorspronkelijk vrij domme gps is intussen verder geëvolueerd. Er zijn waarschuwingen voor spookrijders, ongevallen, filevorming enz. De gps herberekent de route en zoekt een alternatief als de gewone route verstoord of vertraagd is. En daar beginnen natuurlijk nieuwe problemen. Als iedereen een andere route begint te volgen, geraakt ook deze binnen de kortste keren verzadigd. Maar nog erger wordt het als de gps je ook nog eens door dorpskernen, over landbouwwegen of smalle straten leidt.

In Vlaanderen bestaat er een wegencategorisering. Een vrij ingewikkeld begrip dat orde schept in de wegenchaos. Zo zijn er hoofdwegen, primaire wegen, secundaire wegen en lokale wegen. Deze kunnen verbinden, verzamelen of toegang geven. Apps zoals Waze trekken zich hiervan niet al te veel aan. Zo lang een route de snelste is, krijgt deze de voorkeur. Leefkwaliteit en verkeersveiligheid wegen veel minder of helemaal niet door. Zo lang ik maar snel met de auto van A naar B kan.

WazeNavigatie-apps en gps toestellen zijn bovendien nog weinig multimodaal. Het openbaar vervoer of de fiets tellen niet mee, het systeem richt zich vooral op autoverplaatsingen. Hooguit beschikken ze over een fiets- of voetgangersmodus.

Voor het openbaar vervoer ben je aangewezen op apps van de Nmbs of De Lijn. Wie deze regelmatig gebruikt, weet dat ze vaak nog niet zo gebruiksvriendelijk zijn als een gewone gps. Er is dus nog werk aan de winkel.

Dus, zal u zich afvragen: to ‘Waze’ or no to ‘Waze’? Voorlopig ben ik nog geen fan. Er is niks mis met een alternatieve route, maar steden en gemeenten moeten kunnen bepalen welke wegen geschikt zijn voor doorgaand verkeer en welke niet. En als Waze daar voortaan helemaal rekening mee houdt en ook nog eens multimodaal wordt, dan worden we vrienden.

Advertenties