500 miljoen voor de fiets

rekenhofDeze week kwam het Rekenhof in het nieuws met een evaluatie van het Vlaams fietsbeleid. Wat iedereen al lang wist, werd bij deze nogmaals bevestigd. Het Vlaams fietsbeleid stelt weinig voor. Noch op gebied van aanpak, noch op vlak van meten en rapporteren, noch op budgettair vlak en al helemaal niet wat realisaties betreft.

Terwijl we lezen dat Nederland zo’n 35.000 km fietspaden heeft, moet Vlaanderen het doen met 75 km nieuwe aanleg per jaar. Van de 11.000 km die rond de eeuwwisseling als functionele fietsroute geselecteerd werden, voldoet amper 30% aan de normen. 37% moet aangepast worden en op nog eens 30% van de wegen ontbreekt zelfs elke vorm van fietsinfrastructuur. Aan het huidig tempo van aanleg zal het nog 48 jaar duren vooraleer het netwerk volledig voldoet aan de vereisten van comfort en veiligheid.

Het klopt dat slechts een deel van het voorziene netwerk in beheer is van het Vlaams Gewest. Maar op de gemeentewegen is de situatie niet beter. Tussen 2007 en 2015 werden er in alle gemeenten samen 612 km fietspaden gesubsidieerd. Op 8 jaar tijd gaat het dus ook hier over amper 75 km per jaar. Al moet het Rekenhof toegeven dat de cijfers niet altijd lijken te kloppen. Hoeveel de volledige realisatie nog gaat kosten in bovendien ook onduidelijk. In het rapport staat letterlijk: “De realisatie van het BFF (Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk) is financieel onvoldoende onderbouwd. De onnauwkeurige ramingen betroffen maar een derde van het BFF en een derde van de reële kosten. Zij werden bovendien niet op een correcte manier geactualiseerd. Voor de realisatie op niet-gewestwegen is nooit een financiële raming opgemaakt.” En het wordt nog erger. “De begrotingen maken niet zichtbaar welke middelen naar fietspadinvesteringen gaan. Of de Vlaamse Overheid de ambitie jaarlijks 80 tot 100 miljoen in fietspadinfrastructuur te investeren haalde, kon niet uit de begroting afgeleid worden. In de periode 2002-2016 keurde het Vlaams Parlement 824,5 miljoen EUR beleidskredieten voor subsidies goed, waarvan eind 2016 293 miljoen was betaald. In 14 jaar tijd!

Geen wonder dus dat het aandeel fiets in de totale verplaatsingen in Vlaanderen zelfs daalt in plaats van stijgt, alle inspanningen en campagnes ten spijt. In plaats van de vooropgestelde 19% bedroeg het in 2015-2016 slechts 11,3%. Geen wonder ook dat de verkeersveiligheid voor fietsers de laatste jaren is afgenomen, terwijl de veiligheid van de andere ‘niet-zachte’ weggebruikers verbeterde. Meer dan 1 op 4 verkeersslachtoffers is een fietser.

Het kan zo niet verder. 100 miljoen EUR per jaar, waarvan het totaal bedrag in de realiteit zelfs niet eens gehaald wordt, is een druppel op een hete plaat. Veel gewestwegen en gemeentewegen blijven ronduit gevaarlijk of het is er niet comfortabel om te fietsen. Kruispunten zijn onoverzichtelijk en een ‘kruis’ om over te steken. Tunnels onder drukke gewestwegen zijn heel misschien te overwegen op heel lange termijn. M.a.w. ze komen er zo goed als bijna nergens. “Toon ons eerst hoeveel fietsers er dagelijks oversteken”, zegt AWV (Agentschap Wegen en Verkeer). Alsof je een brug over een kanaal aanlegt op basis van het aantal overzwemmende voetgangers. Verkeersveiligheid en niet de doorstroming van het autoverkeer moeten dé norm worden.

500 miljoen EUR per jaar is een minimumbedrag om op een redelijke termijn Vlaanderen te voorzien van een degelijke fietsinfrastructuur op gewest- en gemeentewegen. Daarnaast moet er veel meer zichtbaarheid en duidelijkheid komen over de aanpak en realisatie van het volledige netwerk en moeten de betrokken partijen beter samenwerken. De toestand moet op regelmatige basis worden geïnventariseerd en transparant gecommuniceerd aan de actoren en de burgers, zegt het Rekenhof.

Met fietssnelwegen alleen komen we er niet. Er is veel en veel meer nodig. 55 doden, 846 zwaargewonde en meer dan 7.000 lichtgewonde fietsers PER JAAR kunnen we niet langer tolereren. Het maken van een Vlaams fietsbeleidsplan was een eerste stap, maar het is niet voldoende. Het is tijd voor een kwantumsprong en een investeringsbeleid volgens het STOP-principe. Alleen zo kan Vlaanderen Nederland beginnen bij te benen, al blijven die ondertussen natuurlijk ook niet stilzitten. We kunnen echt geen 50 jaar meer wachten…

Advertenties

Vier autoloze zondagen per jaar

autolozezondag

Gisteren was het weer zo ver. Eén keer per jaar waren Brussel en een aantal andere steden bevrijd van de auto. Het resultaat kennen we intussen, een verademing! Niet alleen wegens de veel gezondere lucht, maar ook wegens de stilte die een stad zonder auto’s kent. Vele blije gezichten dus, kinderen die eindelijk weer op straat durven en kunnen spelen, fietsers die plekjes ontdekken waar het anders een ware jungle  voor hen is.

De autoloze zondagen bestaan al bijna 20 jaar. Na de oliecrisis waren ze voor jaren de kast in gestopt, tot er ineens initiatieven werden genomen om het nog een keer te proberen. Het ganse gewest Brussel autovrij maken voor één dag was toen een gedurfde keuze. Tegenwoordig is het een klassieker die elk jaar terug door tienduizenden wordt gesmaakt.

364 dagen per jaar domineert de auto onze steden, één dagje per jaar moet hij aan de kant blijven staan. Toch voor de meesten, want er blijken nog genoeg verslaafden te zijn die echt ook niet 1 dagje zonder kunnen. Plots moeten ze op zondag werken of ze verzinnen iets anders. Een fiets kennen ze niet, het openbaar vervoer, nooit van gehoord. Was het toeval dat ik gisteren nog meer SUVs in de stad zag dan gewoonlijk? Of vielen ze gewoon meer op tussen al die duurzame mobiliteit? Maar goed, er rijden tienduizenden auto’s minder dan de andere zondagen van het jaar. En daarover gaat het.

Eén zondag is natuurlijk erg weinig. Daarom lanceer ik het idee om het aantal autoloze zondagen uit te breiden naar 4 per jaar in elke stad in België. 1 zondag bij het begin van elk nieuw seizoen. Vier zondagen feest in alle steden. Geweldig toch? Zo wordt het een regelmatige herhaling van het feit dat er ook een leven zonder auto mogelijk is in de steden. Er blijven dan nog altijd 361 dagen over waarop de auto de stad wel kan domineren.

Intussen kan er verder gewerkt worden om de autovrije gebieden in onze steden verder en gevoelig uit te breiden. Leuven heeft het gedaan en het resultaat is verbluffend. Een veel aangenamer stad, veel meer fietsers en een aantrekkelijker winkelgebied. Ook Mechelen, Gent en aarzelend ook Brugge hebben stappen gezet. Elke keer weer is er bij aanvang heel wat tegenstand. Zodra mensen gewend geraken aan de nieuwe situatie vindt haast iedereen het een grote verbetering. En dan hebben we geen autoloze zondagen meer nodig., maar is de stad 365 dagen per jaar terug van de mensen, de kinderen, de inwoners. Gezond, leefbaar, aangenaam en plezierig. Wie kan daar tegen zijn?