Omgeleid

Jpeg
Nieuw ‘omleidings’bord voor fietsers met zelfmoordneigingen

Wegenwerken zijn nodig om onze infrastructuur te verbeteren, daar kan niemand tegen zijn. Je kan nu eenmaal geen omelet bakken zonder eieren te breken. Dat werken onvermijdelijk gepaard gaan met ongemakken, ook daar hebben de meesten onder ons wel begrip voor. En ook omleidingen zijn daarbij soms onvermijdelijk. Alleen wringt daar vaak het schoentje. Een degelijke signalisatie is voor veel aannemers en wegbeheerders blijkbaar net iets te veel gevraagd. Voor auto’s is het vaak ook heel onduidelijk, maar aan fietsers wordt helemaal niet gedacht.

Deze week, op een frisse maandagochtend, fietste ik zoals zo vaak van Halle naar Brussel langsheen het kanaal Brussel-Charleroi. Ik had net op de radio gehoord dat de afstand naar mijn werk met de auto maar liefst 2 uur in beslag zou nemen. Ik was dan ook superblij toen ik in Ruisbroek al die zure, in de file staande gezichten lekker kon voorbij rijden.

Ik had gelezen dat de werken aan de Ninoofsesteenweg in Molenbeek nu eindelijk begonnen waren. Het werd tijd, want het was nog steeds het gevaarlijkste kruispunt op mijn route. Een fietsbrug of tunnel zou daar een logische keuze zijn voor een fietssnelweg. Maar die komt er voorlopig niet, wel een herinrichting van het kruispunt met verkeerslichten. Hopelijk zijn die beter afgesteld dan voorheen, want het was ook altijd flink wachten, samen met heel wat andere wachtende fietsers.

Die maandagochtend dus kwam ik aan het bewuste kruispunt aan. De lichten waren buiten gebruik, maar ik kon gewoon doorrijden. Tot ik me midden op het kruispunt vastreed op een betonnen rand van een kleine halve meter hoog. Wat ik toen zag, tartte alle verbeelding. Talloze fietsers kwamen van verschillende kanten en reden zich vast op de ‘middenberm’. De enige optie was de fiets op te tillen en over de rand te klimmen. Niet evident met een elektrische fiets of een fiets met een fietskar eraan. Ik bleef vol verbazing het schouwspel gadeslaan, en besloot toen een kort filmpje te maken. Even later gooide ik het op Twitter met als titel ‘hal-lu-ci-nant!’ Al spoedig pikte de media dit op en in een mum van tijd stond het filmpje op de voorpagina van zowat alle kranten. Toen schoten ook de verantwoordelijken wakker. Pascal Smet beloofde om de signalisatie op de werf te verbeteren en Biliris, blijkbaar verantwoordelijk voor deze werf, beloofde beterschap maar vond ook nodig hun handen in onschuld te wassen door de fietsers op hun plichten te wijzen in een rondje ‘blame the victim’. Wij volgden immers de omleidingen niet (die we niet gevonden hadden), en ze hadden goed over de omleidingen nagedacht. Maar ze gingen wel de signalisatie op dinsdag een beetje verbeteren. Misschien omdat ze intussen toch gemerkt hadden dat het nergens op leek. Als 15 fietsers per minuut zich vastrijden op een werf op een betonnen muur, was het toch wel logisch om zich vragen te beginnen stellen. Op de site van Beliris was een omleiding voor de auto’s op een plannetje uitgetekend, maar van de fietsers geen spoor. Oeps, vergeten…

Zo gaat het helaas vaak. Aannemers, ook van privégebouwen, hebben weinig aandacht voor een degelijke en duidelijke signalisatie. Omleidingen voor fietsers of voetgangers zijn er vaak niet, of, als ze er zijn, denken ze dat 1 bord bij het begin van de omleiding voldoende is. De weg voor auto’s versmallen om een doorgang te laten voor fietsers en voetgangers is, volgens de meeste aannemers, blijkbaar een overbodige luxe. En als er een ongeluk gebeurt, schuiven ze de schade wel af op hun verzekering.

Het wordt hoog tijd voor een verplicht draaiboek voor aannemers en een verplicht en degelijk multimodaal toezicht door de wegbeheerders. En wie zich niet aan de afspraken houdt, moet zware boetes krijgen. Voor fietsers is in elk geval de maat vol. We zijn het beu hallucinante filmpjes op internet te moeten gooien om aandacht te krijgen. Geef ons een goede doorgang waar het kan of zorg voor een degelijke, veilige en goed aangeduide omleiding als het moet. Laat ons komaf maken met dit amateurisme.

Advertenties

De kantoorbus

(G)een goed idee? 

officeonwheels

Colruyt pakte onlangs uit met een nieuw concept, de kantoorbus. Werknemers worden vanuit Gent met een autocar opgehaald naar het werk en ’s avonds weer teruggebracht. Het is een proefproject voor zes maanden van de VIM (Vlaams Instituut voor de Mobiliteit) en een aantal partners. Het idee komt van de BAAV, de beroepsfederatie voor autobus- en autocarondernemers. Bijzonder aan het project is dat de verplaatsingstijd meegeteld wordt als werktijd.

De voordelen

Op het eerste zicht is dit een goed idee. Als 24 mensen zich op deze manier verplaatsen, zijn dat 24 auto’s minder in de file, maar wel één bus extra. Een besparing in ruimte, maar ook minder vervuiling en CO2. Office on wheels beweert zelfs tot zes keer minder. De werknemers zijn uiteraard enthousiast. Wie wil niet dat zijn verplaatsingstijd omgezet wordt naar werktijd en aldus beter ‘rendeert’? Je wordt vervoerd en wordt er nog voor betaald ook.

Bedenkingen

Maar toch zijn er ook bedenkingen bij dit systeem. Men kan zich de vraag stellen of het wel opportuun is dat we nu ook al de openbare weg als bedrijfsruimte gaan gebruiken. Het is uiteraard veiliger dan in de auto gaan zitten bellen of sms-en, maar stel je voor dat er honderden kantoorbussen per dag gaan rondrijden, is dat wel een goed idee?

Maar vooral verlaagt het de drempel om ver van het werk te gaan wonen. De gekende Brever-wet bepaalt immers dat de reistijd die mensen bereid zijn om te doen naar en van hun werk altijd constant blijft. Hoe makkelijker en sneller men zich kan verplaatsen, hoe groter de aanvaarde afstand. Door het comfort te verhogen, maar vooral de verplaatsingstijd als werktijd te beschouwen, valt deze drempel grotendeels weg. Op termijn en bij massaal gebruik kan dit het aantal verplaatsingen net doen toenemen, waardoor de milieuwinst wegsmelt als sneeuw voor de zon. Zo riskeren we in de toekomst net meer woon-werkverkeer te krijgen in plaats van minder. Ook kan het bedrijven aanzetten om nog meer te kiezen voor anders moeilijk bereikbare bedrijventerreinen. De versnippering van ruimte wordt op die manier groter en wie niet met de kantoorbus kan komen is extra de klos. Ontsluiting met het openbaar vervoer is dan helemaal geen optie meer.

Alternatieven?

Thuiswerken is er vast één van. Als de Colruyt bedienden vanaf nu de toelating zouden krijgen om 1 à 2 dagen per week van thuis te werken, zou dat leiden tot een effectieve daling van de mobiliteitsvraag. Dat leidt tot honderden verplaatsingen per dag minder en voor de werknemers is er geen verplaatsingstijd meer en kan eveneens de verloren tijd als werktijd gebruikt worden.

Het beter ontsluiten van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer moet zeker ook een belangrijk aandachtspunt blijven. Colruyt in Halle bijvoorbeeld is noch met de bus, noch met de trein goed bereikbaar. Colruyt doet wel inspanningen om de afstand van het station naar het bedrijf met de fiets te overbruggen, maar veel bedienden kiezen, zelfs voor korte afstanden, nog steeds voor de (bedrijfs)wagen.

Conclusie

De kantoorbus is een interessant experiment, maar of het zo’n goed idee om breed ingezet te worden, zal de toekomst moeten uitwijzen. De Brusselse Ring vol met kantoorbussen is niet zo’n interessant vooruitzicht.